| 24 uur en 15 minuten van Pinnmill naar Lelystad. Een
beetje een bizarre tocht was het wel. We vertrokken met
uitstekend weer. Een weinig wind en een open trekkende lucht. Rustig aan de River Orwell
afgetuft naar Harwich, onderwijl genietend van de natuur en soms erg mooie schepen.
Ideaal weer om ook die fout in de windmeter op te sporen zo hadden we bedacht.
Bij de zuidkardinale boei Platters, ruim een mijl
buiten het zeegat van Harwich hebben we de zeilen gezet en zijn een koers van 60 graden
(noord-oost) voor gaan liggen richting de Noordelijke Shipwash boei. Eerst het grootzeil
omhoog, toen de genua en de bezaan en vervolgens hebben we de aap gezet. Met deze 4 zeilen
op hadden we werkelijk een bijzonder aangename tocht. Nog onder de hoge wal van Engeland
was er van de deining die de vorige nacht op de noordzee stond niks te merken. 2 tot 2,5
meter hoge golven is gerapporteerd.
Vanaf de Noord Shipwash is het 15 graden oostelijker
sturen en 110 mijl later ben je in IJmuiden. Althans, zo simpel ziet het er op de kaart
uit. Onze praktijk was evenwel anders. De beloofde bakstagwind (schuin van achter
inkomend) was uitgebleven en kwam recht achter de kont vandaan. Da's voor een zeiljacht -
kijkend naar stabiliteit en comfort - niet een van de meest ideale winden. De boot loopt
de kans te gaan rollen op de deining in plaats van stevig over één boord in het water te
liggen.
Nou dat rollen hebben we gehad. Een fikse deining van de wind van de vorige nacht en een
inmiddels nieuw opgebouwde deining liepen dwars door elkaar heen. Gemiddelde golfhoogte
zo'n meter tot anderhalve meter met af en toe een grote jongen daardoorheen maakte het
leven aan boord er niet aangenamer op.
De boot rolde gemiddeld zo'n 20 graden scheef over het ene boord naar 20 graden over het
andere boord. Dit kan je voorkomen door een andere koers te varen, maar dan kom je bij
wijze van spreke uit in Oostende en dat was geen optie.
Gewoon doorgaan, dan maar wat minder comfort .....
Bovenstaande foto's zijn allen gemaakt op het eerste
stuk tot aan de Noord Shipwash. Daarna waren Dick, Jos en ik vooral met zeilen bezig,
elkaar af en toe aflossend om even wat rust te pakken.
Het was evenwel wel geweldig leuk zeilen met regelmatig gijpen omdat de wind telkens een
stukje kromp om daarna weer wat te ruimen. Dat houdt je wel bezig: continue gijpen.
Grappig was overigens nog het feit dat we om 1 uur 's nachts op
exact hetzelfde punt zaten als op 1 uur 's nachts op de heenreis. Precies tussen de boeien
WK en WKS, iets ten noorden van de Noordhinder Noord, de boei die het begin van het
Noordhinder verkeersscheidingsstelsel markeerd. Nog 54 mijl varen ...
De laatste mijlen naar IJmuiden waren de zwaarste. Volledig
blootgesteld aan de deining die zich in de voorafgaande dagen opgebouwd had, met nog
steeds de wind op de kont rolde de boot als een dolle. Veel wind was er niet meer, dus
hebben we de motor bijgezet om in ieder geval nog een beetje gang in de boot te houden.
Anders zou het rollen alleen maar erger zijn geweest.
Bij het ochtendgloren trok de wind weer aan en de laatste mijlen brulde het schip naar de
pieren.
Weliswaar lag bijna iedereen te kooi, van slapen kon geen sprake zijn. Dit was letterlijk
het lichaam te ruste leggen en meer niet. Door het rollen was het een herrie van jewelste
aan boord. Alles wat ooit rammelvrij in de kastjes stond had zich nu al rammelend vrij
gemaakt van de anti rammel hand- en theedoeken. Zelf een komplete keukenrol had zich in de
kombuis niet van een identiteitscrisis kunnen onttrekken. De kern zat nog op de houder het
papier niet meer op de rol.
Rond 6 uur waren we binnen de pieren en keerde de rust weer terug
aan boord. Het schutten verliep wonderbaarlijk snel en Jos en ik konden tot aan de
oranjesluis bij Amsterdam even een tukkie doen. Eenmaal op het Markermeer was het de beurt
aan Dick om even de slaap te pakken en zeilde Jos en ik met 6 tot 7 knoop op alleen de
genua naar Lelystad.
Kortom, een terugreis die we niet snel vergeten. Niet spectaculair
vanwege de enorme hoeveelheid wind, maar vanwege het rollen veroorzaakt door de combinatie
van oude en nieuw deining die bijna dwars op elkaar stonden en een wind uit de kont.
Dat er van de reparatie van de windset niks terecht is gekomen zal niemand verbazen.
Het was weer een gave week. |